Onderstaande recensie van Collaborative information literacy assessments : strategies for evaluating teaching and learning verscheen
eerder in het tijdschrift Digitale
Bibliotheek, jaargang 2, nummer 5 van 2010.
Voor iedere informatiespecialist werkzaam in het hoger
onderwijs of op een universiteit zal het een ideaalplaatje zijn,
informatievaardigheden geïntegreerd in het curriculum aanbieden aan studenten. In
het boek ‘Collaborative information literacy assessments : strategies for
evaluating teaching and learning’ komt dit aspect veelvuldig terug. In feite is
het een vervolg op twee eerder verschenen titels van beide redacteuren, te
weten: ‘Information literacy collaborations that work’ uit 2007 en ‘Using
technology to teach information literacy’ uit 2008. Toch is dit derde deel
zelfstandig te lezen waarbij het doel is om de lezer te wijzen op de
gevarieerde en innovatieve methodes om de ‘lessen’ informatievaardigheden, die
reeds geïntegreerd zijn in het curriculum, te beoordelen en na die beoordeling (eventueel)
te verbeteren. Hebben studenten er iets
van geleerd? Wat hebben studenten geleerd? Zijn de werkstukken die
informatievaardige studenten maken van een hoger niveau en hoe kun je dat
meten?

Op deze vragen en meer probeert het boek een antwoord te
geven en na lezing kan ik alleen maar concluderen dat de schrijvers en de
redacteuren daar ruimschoots in geslaagd zijn. Ik ben persoonlijk alleen niet
zo blij met de manier waarop ze het verwoorden. Er wordt heel veel geciteerd
uit (wetenschappelijke) onderzoeken, inclusief een groot aantal cijfermatige
gegevens, en de vele tabellen maken het ook niet gemakkelijk om eens lekker
door te lezen. Wel fijn voor de leesbaarheid is het feit dat het boek
onderverdeeld is in een aantal delen en dat zowel het voorwoord als de fraaie
introductie een zeer goed beeld geven van hetgeen de lezer kan verwachten. Het
vervolg is onderverdeeld in drie secties en verschillende (onderwijs)
vakgebieden en beschrijft een aantal ‘best practices’ uit Nieuw-Zeeland,
Engeland en de Verenigde Staten.
Elke ‘best practice’ begint met een uitgebreide beschrijving
van de betreffende universiteit, de manier waarop het onderwijs wordt
vormgegeven en niet geheel onbelangrijk, om wat voor studentengroep gaat het.
Het startniveau van de gemiddelde student kan vaak het verschil maken of de
lessen Informatievaardigheden vruchten afwerpen en op welke manier ze dat doen.
Maar hoe weet je nu dat studenten er iets aan hebben gehad en dat ze iets
geleerd hebben? In het boek worden een groot aantal ‘assessment tools’
besproken waarmee je dat op betrouwbare wijze kunt meten.
Denk bijvoorbeeld aan citatie-analyse dat een goede manier
blijkt te zijn om te controleren welke bronnen en databanken studenten gebruikt
hebben. Vergelijk de gegevens van ‘informatievaardige’studenten met een
controlegroep die de lessen niet gevolgd hebben en je ziet direct verschil.
Of benader Informatievaardigheden als één geheel (op
holistische wijze) en integreer het in het hele studieprogramma van de student
en niet alleen in een specifiek onderdeel, zorg dat docenten en
informatiespecialisten samenwerken en bied informatievaardigheden zo breed
mogelijk aan door zowel de technische als de cognitieve aspecten te combineren.
Een andere manier blijkt het zogenaamde ‘self-assessment’ te zijn. Studenten volgen in een onderwijsperiode van een aantal maanden diverse workshops op het gebied van Informatievaardigheden en vullen drie keer een zelf-evaluatie in. Aan het begin van de periode, na het volgen van twee workshops en uiteraard aan het einde van de periode als ze ook een werkstuk hebben moeten inleveren voorzien van een literatuurlijst. Typisch, opmerkingen van de studenten wees uit dat ze na de workshops niet alleen
informatievaardiger waren geworden maar ook taalkundig gezien met sprongen
vooruit waren gegaan.
Maar alle goede voorbeelden ten spijt, de rode draad van het
boek is het feit dat een workshop Informatievaardigheden alleen zin heeft als
deze geïntegreerd wordt in het curriculum. Dit komt in elke ‘best practice’ ter
sprake en wordt door alle betrokkenen telkens weer benadrukt. En misschien nog
veel belangrijker, zorg voor een structurele samenwerking tussen opleiding, docent
en informatiespecialist, ontwikkel samen een strategie, luister naar de
student, pas je workshop zo nodig aan en zorg dat je als informatiespecialist
én bibliotheek een onmisbare schakel bent én blijft tussen de student en het
onderwijs.
Laatste reacties